#41 Gêne

Ons najaarsnummer van 2021 is er! Nummer 41 heeft als thema ‘gêne’. ‘Een gebrek aan gêne is nog geen kunst’, blokletterde De Standaard enkele jaren geleden een vlammend artikel over een schilderij van de Australische kunstenaar James Needham. In het stuk spuit de Engelse kunstcriticus Jonathan Jones z’n gal over het online succes van het dubbelportret dat Needham van zichzelf en zijn vrouw maakte, en waarop ze beiden in weinig verhullende poses te zien zijn in hun badkamer. De geschilderde weergave van dat intieme privémoment wordt een publiek evenement wanneer het online door duizenden vreemden wordt aangeklikt en begluurd. Het resultaat, aldus Jones, ‘heeft de onbeschaamde spontaniteit waarop de selfie­cultuur verzot is – en dezelfde dodelijke oppervlakkigheid.’ Een telefoon en een ongegeneerde pose blijken voldoende om hoge ogen te gooien.

In ons schaamteloze selfietijdperk is kunst gedoemd van haar sokkel te vallen, zo lijkt Jones te stellen. Maar is dat wel zo? Gedijt kunst bij de afwezigheid van gêne, of is schaamte net een voorwaarde voor goede kunst? In tegenstelling tot wat Jones suggereert, is gêne vandaag allesbehalve verdwenen. Terwijl we onze ikken lustig etaleren op sociale media, schamen we ons collectief te pletter en tieren fenomenen als flygskam (vliegschaamte) en online shaming welig in de maatschappelijke ruimte. Met dit nummer van Kluger Hans willen we scherpstellen op de impact van gêne op de literatuur, en verschuiven we de focus van Needhams geschilderde billen naar de verfomfaaide Penguin Classic in zijn hand, die als stille getuige van het tafereel optreedt. 

Moeten dichters en prozaïsten, slammers en essayisten de handen in elkaar slaan om hun gêne te overwinnen? Of kunnen ze die ook vieren? Is faalangst een springplank of afgrond voor de beginnende schrijver? Smoort schaamte talent in de kiem, of kan die net een stimulans bieden aan opkomende woordkunstenaars om hun stem luider te laten weerklinken – en er wie weet zelfs van te genieten wanneer die overslaat? Deze vragen stuurden we met onze open oproep de wereld in. Ze werden goudeerlijk beantwoord en ontweken door de meest bedeesde en zelfverzekerde pennen van ons taalgebied. Kluger Hans schotelt je met gepaste trots (en zonder zweethandjes) hun verhalen, essays en gedichten voor.


Met Daan de Jager, Jonathan van der Horst, Bas Tuurder, Nic Wouters, Daan Kogelmans, Anna Wegloop, Anke Cuijpers, Hanne Craye, Nikki Dekker, Marloes van der Singel, Sixtine Bérard, Gaël van Heijst, Farīd ad-Dīn ʿAṭṭār in vertaling van Remi Hauman en Frederick Seidel in vertaling van Mattijs Deraedt. Ook in dit nummer gaan literaire teksten een paringsdans aan met het werk van twee beeldende kunstenaars. De speelgoedwerelden van Corentin Grossman mogen dan ogenschijnlijk lief en rozig lijken, dat blijken ze bij nadere inspectie allerminst. Joëlle Dubois toont ons onverbloemd en zonder oordeel wie we zijn wanneer we onze kleren afleggen en ons aan de wereld laten zien in onze intiemste eenzaamheid, in onze absurde menselijkheid.


Sinds 2019 staan bij de wieg van ieder nieuw nummer ook fiere peetouders. Voor #41 zijn dat Lies Gallez en Esohe Weyden.

BESTEL #41 Gêne HIER

Dit bericht delen